
Het verhaal van de kinderen
april 26, 2007
Kinderen, ze zijn overal en ze lachen je altijd toe. Ook in Bangladesh. Soms zeggen mensen “oh, zie eens hoe schattig”. Dat zijn ze ook, maar of ze altijd gelukkig zijn, dat is een andere vraag. Misschien voelen velen zich als opgesloten achter een traliewerk, geen kans om er écht bij te horen, zoals deze kinderen op de foto. Een mijmerend verhaal over kinderen.
We hebben ze velen gezien, met duizenden en nog meer. En telkens als we stopten, kwamen ze ons toegelopen, lachend, hoopvol kijkend en vaak ook vragend om iets. De kleinsten waren met
een bic of een ballon blij, met een pet of een t-shirt kon hun geluk niet meer op. Vaak, zeker na wat vragen, deelden ze het nog. De jongeren hun ogen begonnen te stralen als je met hen wat Engels sprak. Hoe moeizaam ook. “My name is Geert. What is your name?” “Where do you come from?” “From Europe” ….
Er werd niet altijd “veel gezegd – daarvoor was de kennis van hun Engelse woordenschat te beperkt – maar gewoon het halt houden en wat tijd nemen, was precies al een een heel geschenk. Waarom doen we dat ook niet vaker in onze steden? Gewoon mensen aanspreken? Zouden ze/we dan ook zo blij zijn?
Elke halte was ook altijd overrompelend. Geen 5 of 10, maar veeleer 20 of 30 kinderen/jongeren stonden rondom je. En eenmaal men zag dat je niet onmiddellijk doorging, schoven ook de volwassenen en ouderen aan. Weliswaar hoofdzakelijk mannen. Haalde je dan iets uit je rugzak, dan kreeg je in een mum van tijd alleen maar handen te zien overal rondom je hoofd. Enkelen onder ons werden zo een aantal keren echt bedolven. “Ma vent toch, kijk ne keer af!” hoorde ik voortdurend zeggen … Moelijker was het wanneer je voorraad dan op was … En nog moeilijker kon het worden als je begon na te denken wat we aan het doen waren …
Sint-Niklaas spelen, kan je een goed gevoel geven. Zeker waar. Maar Sint-Niklaas komt maar 1 dag per jaar … Moeten we het daarom laten? Misschien toch ook weer niet. Maar misschien moeten we én Sint-Niklaas én broeder/zuster zijn …
In het Jalchatra Damien Hospital hadden we een zeer speciale ervaring. Een klein meisje, Abirith, was er enkele maanden geleden opgenomen voor TBC met complikaties. Ze was er heel erg aan toe geweest. De doktor vertelde het hele medische verleden terwijl we haar aankeken. Haar moeder had haar in de armen.
Ze leek in onze ogen nog heel zwak, en dus heel ziek (bekijk de foto maar). Tot de dokter verrassend zei: “Vandaag gaat ze naar huis! Ze is genezen van TBC!” “Neen toch?!”
Voor dit kind was er opnieuw een beetje toekomst …
Bij het zien van zovele kinderen en bij het weten van deze overbevolkingssituatie, stellen wetenschappers en westerlingen vaak geboortebeperking voor. En natuurlijk, met je “verstand” is dat een mogelijke piste om te gaan. Maar aan andere zeggen dat ze weinig of geen kinderen mogen hebben is altijd gemakkelijk. Zelf die stap zetten is veel moeilijker. En kan je aan jongeren van vandaag 18+ers, die dromen van een hoopvolle toekomst, die de vreugde ontdekken van de potentie om leven zelf te kunnen
doorgeven, kan je aan hen vragen weinig of geen kinderen meer te hebben? Lijkt op dat moment (of misschien altijd?) die vraag niet zo “tegen-natuurlijk”, zo “tegen het leven zelf in te gaan”? Kan je, om het wat concreet te maken, aan alle Bengalen tussen de 12 en de 18 jaar nu beginnen te vragen dat zij over enkele jaren drastisch moeten beperken met kinderen? Ik weet niet wat jij denkt, maar ik zou toch niet in hun schoenen willen staan.
En toch zullen we met deze vraag moeten gaan leve. Misschien moeten we het aan jongeren zelf eens vragen …
Zo, het verhaal van de dag zit er weer op. Tot morgen? Hou je.
Geert