
Het verhaal van de dropouts
april 19, 2007
70% van de 140 miljoen Bengalen verdienen minder dan € 2 / dag….
Bijna iedereen valt dus wel op een of ander gebied uit de boot … en wordt een “dropout”.
Vooral voor de kinderen is dat erg … onderwijs bestaat er wel, maar “goed” onderwijs is eerder zeldzaam en duur. Toch bestaan er ook mooie en vooral hoopvolle onderwijsprojecten! Daar waar ballonnen nog tot de verbeelding spreken! Lees en luister verder!
We rijden in de buurt van Netrakona. Onze jeep stopt op het eerste zicht midden in de natuur. Er lopen wel wat mensen op de straat (waar niet trouwens in Bangladesh?) die ons zoals gewoonlijk vriendelijk aankijken. We stappen uit en onze gids loopt dieper de natuur in. Tussen de bomen zien we wat verderop enkele lemen hutten bij elkaar staan. Bij een van de hutten staan er een 20-tal teen-sandaaltjes, mooi in een cirkeltje bij elkaar. Dat is de school!
Onze gids vertelt ons eerst dit verhaal: “Een twintigtal jaren geleden kwamen een tiental vrienden van Begum Rokeya (een vrouw nb) geregeld samen om te zoeken hoe zij hun eigen concrete situatie konden verbeteren. Men stak hier en daar de handen uit de mouwen. Sindsdien is er veel veranderd. 463 Mannen en vrouwen werken nu in vele verschillende projecten. Maar de wijze waarop is nog steeds dezelfde: samenkomen met mensen om de eigen problemen aan te pakken. Vandaag is een van de problemen waar velen mee te maken hebben, het onderwijs. Kinderen gaan niet of weinig naar school, worden niet gestimuleerd of behalen de eindtermen van het lager onderwijs niet (jaja, ook daar heeft men eindtermen!). Het aantal van deze dropout-kinderen is vooral hoog in de kleine leefgemeenschapjes die midden in de natuur gelegen zijn . Vrouwen (in de eerste plaats) kwamen samen om dit probleem te bespreken en om te zoeken naar oplossingen. Er werd besloten om overal schooltjes op te richten waar men op 3 jaar tijd en met een degelijke begeleiding zou werken aan die eindtermen. De mensen van het dorp zelf staan vandaag in voortdurende dialoog met deze plaatselijke kleine school. Dit is immers de zorg van iedereen. Na 3 jaar leggen de kinderen hun testen af bij de staat om alzo toch het getuigschrift van lagere school te behalen. Sinds de start zijn er al vele kinderen naar deze schooltjes gegaan, en mét resultaat.”
Met deze informatie gingen we het lemen hutje = de school binnen. Onze monden vielen open. De verbazing was alom. Zo eenvoudig, zo klein, zo weinig didactische middelen, zo primitief. Meer dan 20 kinderen, gezeten op een plastiek op de grond, in een ruimte dat evengroot is als onze living . Een drietal (meestal oude) schriftjes, een schrijfbord en en griffel voor elk kind en een schrijfbord vooraan. Meer was het niet.
Onze gids van het project (die ook onderwijzer was) demonstreerde ons een lesverloop. Hij gaf een leesopdracht. Alle kinderen draaiden zich per 3 naar elkaar toe en werkten onafhankelijk van de leerkracht samen verder. De ene las, de andere verbeterde, de 3de luisterde. Niet alleen werd er gelezen in het Bengaals, maar ook in het bEngels (Bengaals Engels :=) ). Nadien volgden we ook nog een demonstratie van een wiskundeles en een tekenles. Steeds op dezelfde wijze. Het resultaat is verbluffend. Knap werk! ( En wij maar voortdurend zoeken naar beamers, computers, didactische materialen, voorbeelden, lokalen, …. )
De kinderen, meisjes én jongens (in de officiele scholen van Bangladesh is het meestal niet gemengd) zongen én dansten voor ons. Zij keken ons aan, zo fier als ne gieter en ze glunderden. Wat konden wij nu doen? We hebben dan ook maar een liedje gezongen (“ik h
eb de zon zien zakken”) tot groot plezier van de kinderen. We deelden nadien schrijfpennen en ballonnen uit.
Is er iets simpeler dan een ballon? Is er iets kleiner dan een ballon? Spreekt er iets meer in de verbeelding dan een ballon? Men kende dit klein speelgoedje blijkbaar toch niet echt. Ik begon er een op te blazen. Je had dan de gezichtjes moeten zien! Heel vlug deden ze mee. We lieten samen de ballonnen vliegen, we maakten er lawaai mee (je weet wel, door het teutje uit te rekken), we knoopten ze dicht en we tikten ze in de lucht. Een groot spel. En wat een vreugde!
Heeft er ooit niet iemand gezegd: “Wie niet wordt als deze kinderen zal nooit het Rijk Gods binnenkomen”. Diep in de natuur van Bangladesh was het een beetje het Rijk Gods. NIET dat deze leefsituatie zo moet blijven, integendeel, maar WEL omdat de diepe levensvreugde in de eerste plaats in deze “feestelijke soberheid” ligt. We graakten er dan ook moeilijk weg. En eenmaal buiten de schoolhut stonden er ondertussen alweer pakken andere mensen ons op te wachten. Kijkend en hopend.
Een dag later ontmoette ik onderweg Alif. Een kerel van 16 jaar. We praatte een hele tijd wat met elkaar in het bEngels. Toen vroeg hij om geld. Ik vroeg of hij honger had. Niet speciaal, antwoordde hij, maar hij wilde “studeren”…. Toen ik terug in de jeep stapte en mijn mp3speler/mapje Vézelay opzette, klonk dit lied (was het toeval?). Luister maar mee. En heel graag tot morgen, voor alweer een verhaal.
Hou je,
Geert